Onze collectieve geschiedenis in Nederland

Prominenten aanwezig bij de boekpresentatie ‘Een halve eeuw in Nederland’

Een halve eeuw in Nederland0

Donderdag werd in Gouda het boek ‘Een halve eeuw in Nederland’ gepresenteerd. In een overvolle zaal in de Chocoladefabriek, werden de eerste exemplaren aangeboden aan de Marokkaanse ambassadeur, de burgemeester en Tweede Kamerleden Mohamed Mohandis en Ahmed Marcouch. In het boek van Sahin Yildirim, Ineke van der Valk Hanina Ajarai, komen diverse Marokkaanse Nederlanders van de eerste generatie aan het woord. Maar ook Autochtone Nederlanders die in die tijd de migratieprocessen van dichtbij mee maakten, vertellen hun verhaal.

Een halve eeuw geleden verlieten de eerste Marokkanen hun land om hun geluk in Nederland te zoeken. Deze eerste generatie ‘gastarbeiders’ arriveerden toen de arbeidsmarkt om werknemers zat te springen – een tijd van economische hoogconjunctuur. Zij hadden gehoord dat de omstandigheden in Nederland beter waren dan in andere Europese landen waar hun landgenoten een baan hadden geaccepteerd, zoals in Frankrijk en België. Menig Marokkaan van het eerste uur heeft destijds dus het heft in eigen handen genomen. De jonge, sterke mannen en vrouwen van toen zijn nu bejaard of reeds overleden. Veel verhalen en herinneringen van deze mensen dreigen voorgoed verloren te gaan voor hun nazaten en voor Nederland.

Yildirim: “Het vertellen van deze verhalen draagt bij aan het besef dat wij in een samenleving van vrede en solidariteit leven. Daarom wilden wij de herinneringen, successen en het falen van deze mensen verzamelen en delen met een breed publiek. Deze eerste generatie kijkt met een positief gevoel terug op de komst naar Nederland en de manier waarop men toendertijd werd ontvangen. Nederlanders waren volgens deze kanjers bijzonder hulpvaardig. Ook op het werk werden ze gewaardeerd. Hun positieve ervaringen in Nederland waren een belangrijke reden dat ze nooit zijn teruggekeerd naar Marokko.”

Zowel de Goudse burgemeester, als de Marokkaanse ambassadeur spraken in hun toespraak over saamhorigheid, sociale betrokkenheid en wederzijds respect. Burgemeester Schoenmaker: “Mensen moeten nieuwsgierig naar elkaar zijn. Alleen dan leer je elkaar begrijpen en kunnen eventuele problemen worden opgelost.” De Marokkaanse ambassadeur Bellouki drong er op aan om vooral mee te doen in de Nederlandse samenleving. “Jullie zijn allen onderdeel van deze mooie samenleving. En jullie zijn gezegend met twee identiteiten. Maak gebruik van het beste van die twee werelden. Dit boek is een personificatie van goedheid en hard werken. Deze mensen horen onze respect te krijgen. Ik hoop dat het Nederlandse volk, bij het lezen van dit boek, erachter komt dat de Marokkanen geen engelen zijn. Maar ook geen duivels.”
Tweede Kamerlid Marcouch vindt het vooral belangrijk dat het verhaal verteld wordt over waarom deze eerste generatie vaderland en familie verliet. “Het verhaal van de migratie van de Marokkanen gaat niet alleen om het werken in een ander land. De meeste Marokkanen komen uit het Rif gebied en zijn letterlijk gevlucht. Gevlucht voor onderdrukking. In 1958 en 1959 zijn, tijdens de beruchte opstand, vele Riffijnen opgepakt, vermoord en gemarteld. Of gewoonweg verdwenen. Dat was de aanleiding dat velen later hun heil in Europa gingen zoeken. Het is een verhaal over pijn en leed. Over trauma’s die verwerkt moeten worden. Dit verhaal moet ook verteld worden. Onze eigen kinderen weten dit niet eens, laat staan het Nederlandse volk.”

Yildirim wil graag dat het boek zal bijdragen aan wederzijds begrip tussen de verschillende bevolkingsgroepen in Nederland. Daarom zullen er de komende maanden, in verschillende steden, dialoogbijeenkomsten en een reizende foto-expositie worden georganiseerd.
Het boek ‘Een halve eeuw in Nederland’ is te bestellen via www.eenhalveeeuwinnederland.nl

boekpresentatie-een-halve-eeuw-in-nederland-in-de-bibliotheek-goudasahin-hanina-en-inekeboekpresentatie-een-halve-eeuw-in-nederland

Foto: Coby van Wageningen

Marokko

Mohamedi El Banihiati naar de Bemuurde Weerd voor een ontmoeting

Met een groot pak onder de arm komt Mohamedi El Banihiati naar de Bemuurde Weerd voor een ontmoeting met zijn oude werkgevers Arnold en John Schat van bakkerij Do Schat. Samen kijken ze naar een filmfragment over de bakkerij in het begin van de jaren zeventig, toen daar veel gastarbeiders werkten. El Banihiati was hun eerste buitenlandse werknemer.

Leuke herinneringen worden opgehaald. Hoe hij begon als schoonmaker, al snel in de bakkerij gebak stond te maken en een eigen wijk kreeg om brood te bezorgen. El Banihiati vond bij hen niet alleen een baan, maar kon ook wonen boven de zaak. Een schilderij “de bakkerij” van Anton Pieck, dat daar hing heeft hij al die jaren bewaard. Hij wil het nu weer terug geven aan de familie Schat.

Turkije

Van arbeider tot politicus

Necati Genç (1932, Gümüşhane) werkte als medisch officier in Turkije. Tijdens zijn dienstplicht in Erzurum won hij medailles met skiwedstrijden. Zijn vader werkte als ambtenaar bij een postkantoor. Hij wilde graag studeren, maar kon geen studiebeurs krijgen. In Ankara volgde hij een vierjarige medische opleiding.

De avontuurlijke Necati Genç is waarschijnlijk de allereerste Turkse migrant in Nederland. Hij kwam in 1959 in Nederland wonen nadat hij vier jaar met een vrachtschip landmijnen naar Amerika, Canada, Engeland en Duitsland had gebracht. Genç was bovendien de eerste Turkse tolk en maatschappelijk medewerker in Nederland.

Prominenten aanwezig bij de boekpresentatie ‘Een halve eeuw in Nederland’

Gastarbeiders uit Griekenland

Met de komst van Griekse gastarbeiders in de jaren zestig begon de Griekse gemeenschap pas echt te groeien. In 1966 sloten de Nederlandse en Griekse regering een wervingsverdrag, waarna Nederlandse bedrijven in Griekenland arbeiders konden werven. In de praktijk gebeurde dat overigens al vanaf 1961. Bedrijven zoals de Staatsmijnen, Royal Sphinx (Maastricht), de garenspinnerij NYMA (Nijmegen) en De Vries Robbé (Gorinchem) trokken toen op eigen initiatief naar Griekenland. Bovendien hadden België (1957) en Duitsland (1960) al eerder een officieel verdrag getekend, waardoor er ook een migratie van Grieken uit die landen naar Nederland op gang kwam. Wanneer het werk in de Belgische mijnen te zwaar werd, zocht men vlak over de grens naar betere omstandigheden.

Een grote concentratie Grieken ontstond in Utrecht, waar zij naar verhouding oververtegenwoordigd zijn. In de loop van de jaren zeventig openden de eerste Griekse restaurants hun deuren. Het land werd steeds populairder als vakantiebestemming, wat hun populariteit in Nederland deed toenemen.De meerderheid van de Grieken in Nederland komt uit de noordelijke gebieden Macedonië en Tracië. Alleen in de havenstad Rotterdam wonen ook Grieken van de eilanden en van de Peloponnesos. In de jaren zestig steeg het aantal Grieken door de arbeidsmigratie, totdat de oliecrisis daar een eind aan maakte.

Vanwege de toetreding van Griekenland tot de EU (1981) konden Grieken vanaf 1988 gebruikmaken van het vrije arbeidsverkeer van werknemers. Als gevolg daarvan neemt hun aantal in Nederland vanaf het einde van de jaren tachtig weer toe. In 2010 woonden er 14.241 Grieken in Nederland.

Algerije

Van arbeider tot politicus

Gino Scalzo gaat in 1963 aan de slag in de Nederlandse Kabelfabriek (N.K.F.) in Delft. Zijn broer werkt daar dan al.
Gino wordt op 26 april 1941 in de provincie Palermo op Sicilië geboren. Zijn vader heeft een boerenbedrijf. Als jonge man werkt Gino in de boerderij en in de bouw. Hij komt in Delft terecht na een moeilijke periode van werk en verblijf in Zwitserland en Duitsland.

Scalzo heeft zich op politiek en sociaal front altijd ingezet voor de zwakkeren in de samenleving, niet alleen voor migrantengroepen. Als in 1986 migranten voor de gemeenteraad mogen stemmen, wordt hij gevraagd zich kandidaat te stellen. Hij twijfelt. Hij heeft een voltijdbaan bij de NKF en daarnaast is hij landelijk voorzitter van de FILEF (Federazione Italiani Emigrati e Famiglie), lid van de Districtsraad en de Bondsraad, voorzitter van de bedrijfsledengroep FNV, lid van het landelijke adviesorgaan voor minderheden van de Industriebond en lid van de Commissie etnische groepen.

Daarnaast zit hij in een commissie die het partijbestuur en Tweede Kamerleden van de PvdA adviseert en in de begeleidingscommissie van de Sociale Raadslieden, een adviesorgaan van B&W in Delft.
Na 14 jaar raadslid te zijn geweest en met de komst van zijn eerste kleinkind in 2000, stopt Scalzo met het gemeenteraadswerk. Tot op de dag van vandaag is hij maatschappelijk betrokken.

Italie

Van arbeider tot politicus

Gino Scalzo gaat in 1963 aan de slag in de Nederlandse Kabelfabriek (N.K.F.) in Delft. Zijn broer werkt daar dan al.
Gino wordt op 26 april 1941 in de provincie Palermo op Sicilië geboren. Zijn vader heeft een boerenbedrijf. Als jonge man werkt Gino in de boerderij en in de bouw. Hij komt in Delft terecht na een moeilijke periode van werk en verblijf in Zwitserland en Duitsland.

Scalzo heeft zich op politiek en sociaal front altijd ingezet voor de zwakkeren in de samenleving, niet alleen voor migrantengroepen. Als in 1986 migranten voor de gemeenteraad mogen stemmen, wordt hij gevraagd zich kandidaat te stellen. Hij twijfelt. Hij heeft een voltijdbaan bij de NKF en daarnaast is hij landelijk voorzitter van de FILEF (Federazione Italiani Emigrati e Famiglie), lid van de Districtsraad en de Bondsraad, voorzitter van de bedrijfsledengroep FNV, lid van het landelijke adviesorgaan voor minderheden van de Industriebond en lid van de Commissie etnische groepen.

Daarnaast zit hij in een commissie die het partijbestuur en Tweede Kamerleden van de PvdA adviseert en in de begeleidingscommissie van de Sociale Raadslieden, een adviesorgaan van B&W in Delft.
Na 14 jaar raadslid te zijn geweest en met de komst van zijn eerste kleinkind in 2000, stopt Scalzo met het gemeenteraadswerk. Tot op de dag van vandaag is hij maatschappelijk betrokken.

Spanje

Spaanse arbeiders 50 jaar in Nederland

Vanaf de jaren ’50 kwamen de eerste gastarbeiders uit Spanje naar Nederland. De Spaanse migranten kwamen vanwege economische redenen maar bij een flink aantal speelde ook politieke redenen een rol. De meesten gingen naar Frankrijk, maar spoedig waren zij ook in Nederland te vinden. Daar werden zij vooral door grote bedrijven geworven, zoals Hoogovens vanaf 1958, in de mijnen, bij Philips Eindhoven, de Twentse textielindustrie, in de Rotterdamse havens en bij de Demka in Utrecht.

Het Franco-regime

In Spanje had Franco met zijn fascistische Falange-beweging zich stevig gevestigd. Hij werd actief gesteund door de Rooms-katholieke kerk. In de context van van de Koude Oorlog streed Spanje ook tegen het communisme. Er werden vier belangrijke Amerikaanse militaire bases in Spanje gevestigd. In feite was deze dictatuur hiermee een soort lid van de NATO. Op het einde van zijn regime probeerde Franco zijn steeds minder populaire bewind te redden. Onder meer door prins Juan-Carlos als zijn opvolger aan te wijzen. Dat kon omdat de monarchie nooit officieel was afgeschaft. De prins kreeg inderdaad de macht na de dood van de dictator in 1975, maar het pakte anders uit dan voorzien. Spanje werd namelijk snel een democratie in de vorm van een constitutionele monarchie. Tien jaar later sloot het land zich aan bij de EEG.