Onze collectieve geschiedenis in Nederland

Vijftig jaar gastarbeiders in Nederland: ‘Marokko is voor mij een vakantieland geworden’

Met zijn houten koffer vol kleding kwam hij vijftig jaar geleden aan in Gouda om te werken in een vleesfabriek. Hij wilde maximaal een paar jaar blijven. Maar de Marokkaanse gastarbeider Abdel Lagila (71) woont hier nog steeds. “Nederland was een droom die uitkwam.”

Zijn verhaal wordt verteld in de vandaag geopende expositie in Rotterdam over 50 jaar arbeidsmigratie in Nederland. “Het is fijn hier. En toen mijn familie overkwam, was er voor mij geen reden om terug te gaan.” Burgemeester Ahmed Aboutaleb, zelf zoon van een gastarbeider als Abdel Lagila, opent de expositie.

Wederopbouw

De gastarbeiders van een halve eeuw geleden werden met open armen ontvangen. Protesten waren er niet, de nood was enorm hoog. “In die tijd was Nederland in wederopbouw”, zegt Sahin Yildirim, initiatiefnemer van de expositie. “Nederland kon alle hulp gebruiken. Daarom werd de focus gelegd op het buitenland. Grote werkgevers als Philips, Thomassen&Drijver, DAF wilden graag buitenlandse werknemers. Ze deden werk dat veel Nederlanders niet deden.”

De mensen die decennia geleden hier naartoe kwamen om te werken, hebben Nederland niet alleen helpen terug opbouwen. Ze hebben er ook voor gezorgd dat het land diverser is geworden. Yildirim vindt dat de politiek niet goed anticipeerde op de komst van al die mensen. “Lange tijd erkende de regering niet dat veel gastarbeiders niet meer terug gingen, maar permanent bleven. Voor goede inburgering ben je dan een paar stappen te laat.”

Aanvankelijk kwamen de gastarbeiders vooral uit landen als Griekenland en Italië. Later werden dat ook Spanje en Portugal. Nederland sloot 55 jaar geleden een wervingsovereenkomst met Turkije en in 1969 volgde Marokko.

Contractverlenging

Yildirim: “Vooral de Turkse, Marokkaanse en Spaanse werknemers bleken heel hard te werken. Tot tevredenheid van die bedrijven.” Voor werkgevers was het ook helemaal niet aantrekkelijk om telkens weer nieuwe mensen aan te nemen. Zij verlengden keer op keer de contracten. Het doel dat al die arbeidskrachten na een paar jaar weer terug naar huis zouden keren, bleek in de praktijk dus anders te gaan.

Zo ging dat ook bij Abdel Lagila. Hij was net klaar met zijn opleiding in Marokko, maar kon geen baan vinden. Toen hij hoorde dat hij in Nederland kon gaan werken, greep hij zijn kans. “Zo kon ik ook mijn familie in Marokko onderhouden. Daardoor konden mijn broer en zus studeren. Dat maakte mij trots.”

Werkweek van 84 uur

Hij had zelf een doel gesteld: hooguit vier jaar in Nederland en dan terug naar Marokko om daar een toekomst op te bouwen. Het eerste jaar leefde hij in een pension, geregeld door zijn werkgever. In een kamer sliep hij met maar liefst 24 anderen. Daarna verhuisde hij naar een beter onderkomen. Toen zijn vrouw en kind na vier jaar overkwamen naar Nederland, verdween de noodzaak om terug te gaan naar Marokko. “We hadden hier een leven”, zegt Abdel.

Dat leven was wel zwaar. Hij werkte onmenselijk hard en maakte weken van wel 84 uur. Daardoor verdiende hij goed, maar het had ook een keerzijde. Hij had nauwelijks tijd meer over om Nederland te leren kennen.

Dat probleem hadden meer gastarbeiders, zo weet Miguel Angel Luengo. Zijn vader uit Spanje kwam in 1963 naar Nederland. Hij kwam terecht in een kamp, vlakbij het Brabantse dorp Someren. “De pastoor zei tegen de dorpsbewoners dat de gastarbeiders er toch maar tijdelijk waren, dus dat het geen zin had om daarin te investeren.”

‘Marokko is een heel mooi land’

Maar wat als tijdelijk was bedoeld, werd ook voor zijn vader permanent. “Het leven hier was beter dan in Spanje waar hij als zadelmaker voor paarden geen werk meer kon vinden. In Nederland had hij een huis. Toen ik veertien was verhuisden we naar hem toe. We kwamen in een woning terecht met vloerbedekking, iets wat we nooit hadden gezien.”

Zijn vader vertrok uiteindelijk in 1981 terug naar Spanje. Maar Miguel bleef. Net als Abdel Lagila: “Marokko is een heel mooi land, maar het is voor mij een vakantieland geworden.”

Bron: https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/4906746/gastarbeiders-werk-migratie-spanje-marokka-turkije-rotterdam

Marokko

Mohamedi El Banihiati naar de Bemuurde Weerd voor een ontmoeting

Met een groot pak onder de arm komt Mohamedi El Banihiati naar de Bemuurde Weerd voor een ontmoeting met zijn oude werkgevers Arnold en John Schat van bakkerij Do Schat. Samen kijken ze naar een filmfragment over de bakkerij in het begin van de jaren zeventig, toen daar veel gastarbeiders werkten. El Banihiati was hun eerste buitenlandse werknemer.

Leuke herinneringen worden opgehaald. Hoe hij begon als schoonmaker, al snel in de bakkerij gebak stond te maken en een eigen wijk kreeg om brood te bezorgen. El Banihiati vond bij hen niet alleen een baan, maar kon ook wonen boven de zaak. Een schilderij “de bakkerij” van Anton Pieck, dat daar hing heeft hij al die jaren bewaard. Hij wil het nu weer terug geven aan de familie Schat.

Turkije

Van arbeider tot politicus

Necati Genç (1932, Gümüşhane) werkte als medisch officier in Turkije. Tijdens zijn dienstplicht in Erzurum won hij medailles met skiwedstrijden. Zijn vader werkte als ambtenaar bij een postkantoor. Hij wilde graag studeren, maar kon geen studiebeurs krijgen. In Ankara volgde hij een vierjarige medische opleiding.

De avontuurlijke Necati Genç is waarschijnlijk de allereerste Turkse migrant in Nederland. Hij kwam in 1959 in Nederland wonen nadat hij vier jaar met een vrachtschip landmijnen naar Amerika, Canada, Engeland en Duitsland had gebracht. Genç was bovendien de eerste Turkse tolk en maatschappelijk medewerker in Nederland.

Vijftig jaar gastarbeiders in Nederland: ‘Marokko is voor mij een vakantieland geworden’

Gastarbeiders uit Griekenland

Met de komst van Griekse gastarbeiders in de jaren zestig begon de Griekse gemeenschap pas echt te groeien. In 1966 sloten de Nederlandse en Griekse regering een wervingsverdrag, waarna Nederlandse bedrijven in Griekenland arbeiders konden werven. In de praktijk gebeurde dat overigens al vanaf 1961. Bedrijven zoals de Staatsmijnen, Royal Sphinx (Maastricht), de garenspinnerij NYMA (Nijmegen) en De Vries Robbé (Gorinchem) trokken toen op eigen initiatief naar Griekenland. Bovendien hadden België (1957) en Duitsland (1960) al eerder een officieel verdrag getekend, waardoor er ook een migratie van Grieken uit die landen naar Nederland op gang kwam. Wanneer het werk in de Belgische mijnen te zwaar werd, zocht men vlak over de grens naar betere omstandigheden.

Een grote concentratie Grieken ontstond in Utrecht, waar zij naar verhouding oververtegenwoordigd zijn. In de loop van de jaren zeventig openden de eerste Griekse restaurants hun deuren. Het land werd steeds populairder als vakantiebestemming, wat hun populariteit in Nederland deed toenemen.De meerderheid van de Grieken in Nederland komt uit de noordelijke gebieden Macedonië en Tracië. Alleen in de havenstad Rotterdam wonen ook Grieken van de eilanden en van de Peloponnesos. In de jaren zestig steeg het aantal Grieken door de arbeidsmigratie, totdat de oliecrisis daar een eind aan maakte.

Vanwege de toetreding van Griekenland tot de EU (1981) konden Grieken vanaf 1988 gebruikmaken van het vrije arbeidsverkeer van werknemers. Als gevolg daarvan neemt hun aantal in Nederland vanaf het einde van de jaren tachtig weer toe. In 2010 woonden er 14.241 Grieken in Nederland.

Algerije

Van arbeider tot politicus

Gino Scalzo gaat in 1963 aan de slag in de Nederlandse Kabelfabriek (N.K.F.) in Delft. Zijn broer werkt daar dan al.
Gino wordt op 26 april 1941 in de provincie Palermo op Sicilië geboren. Zijn vader heeft een boerenbedrijf. Als jonge man werkt Gino in de boerderij en in de bouw. Hij komt in Delft terecht na een moeilijke periode van werk en verblijf in Zwitserland en Duitsland.

Scalzo heeft zich op politiek en sociaal front altijd ingezet voor de zwakkeren in de samenleving, niet alleen voor migrantengroepen. Als in 1986 migranten voor de gemeenteraad mogen stemmen, wordt hij gevraagd zich kandidaat te stellen. Hij twijfelt. Hij heeft een voltijdbaan bij de NKF en daarnaast is hij landelijk voorzitter van de FILEF (Federazione Italiani Emigrati e Famiglie), lid van de Districtsraad en de Bondsraad, voorzitter van de bedrijfsledengroep FNV, lid van het landelijke adviesorgaan voor minderheden van de Industriebond en lid van de Commissie etnische groepen.

Daarnaast zit hij in een commissie die het partijbestuur en Tweede Kamerleden van de PvdA adviseert en in de begeleidingscommissie van de Sociale Raadslieden, een adviesorgaan van B&W in Delft.
Na 14 jaar raadslid te zijn geweest en met de komst van zijn eerste kleinkind in 2000, stopt Scalzo met het gemeenteraadswerk. Tot op de dag van vandaag is hij maatschappelijk betrokken.

Italie

Van arbeider tot politicus

Gino Scalzo gaat in 1963 aan de slag in de Nederlandse Kabelfabriek (N.K.F.) in Delft. Zijn broer werkt daar dan al.
Gino wordt op 26 april 1941 in de provincie Palermo op Sicilië geboren. Zijn vader heeft een boerenbedrijf. Als jonge man werkt Gino in de boerderij en in de bouw. Hij komt in Delft terecht na een moeilijke periode van werk en verblijf in Zwitserland en Duitsland.

Scalzo heeft zich op politiek en sociaal front altijd ingezet voor de zwakkeren in de samenleving, niet alleen voor migrantengroepen. Als in 1986 migranten voor de gemeenteraad mogen stemmen, wordt hij gevraagd zich kandidaat te stellen. Hij twijfelt. Hij heeft een voltijdbaan bij de NKF en daarnaast is hij landelijk voorzitter van de FILEF (Federazione Italiani Emigrati e Famiglie), lid van de Districtsraad en de Bondsraad, voorzitter van de bedrijfsledengroep FNV, lid van het landelijke adviesorgaan voor minderheden van de Industriebond en lid van de Commissie etnische groepen.

Daarnaast zit hij in een commissie die het partijbestuur en Tweede Kamerleden van de PvdA adviseert en in de begeleidingscommissie van de Sociale Raadslieden, een adviesorgaan van B&W in Delft.
Na 14 jaar raadslid te zijn geweest en met de komst van zijn eerste kleinkind in 2000, stopt Scalzo met het gemeenteraadswerk. Tot op de dag van vandaag is hij maatschappelijk betrokken.

Spanje

Spaanse arbeiders 50 jaar in Nederland

Vanaf de jaren ’50 kwamen de eerste gastarbeiders uit Spanje naar Nederland. De Spaanse migranten kwamen vanwege economische redenen maar bij een flink aantal speelde ook politieke redenen een rol. De meesten gingen naar Frankrijk, maar spoedig waren zij ook in Nederland te vinden. Daar werden zij vooral door grote bedrijven geworven, zoals Hoogovens vanaf 1958, in de mijnen, bij Philips Eindhoven, de Twentse textielindustrie, in de Rotterdamse havens en bij de Demka in Utrecht.

Het Franco-regime

In Spanje had Franco met zijn fascistische Falange-beweging zich stevig gevestigd. Hij werd actief gesteund door de Rooms-katholieke kerk. In de context van van de Koude Oorlog streed Spanje ook tegen het communisme. Er werden vier belangrijke Amerikaanse militaire bases in Spanje gevestigd. In feite was deze dictatuur hiermee een soort lid van de NATO. Op het einde van zijn regime probeerde Franco zijn steeds minder populaire bewind te redden. Onder meer door prins Juan-Carlos als zijn opvolger aan te wijzen. Dat kon omdat de monarchie nooit officieel was afgeschaft. De prins kreeg inderdaad de macht na de dood van de dictator in 1975, maar het pakte anders uit dan voorzien. Spanje werd namelijk snel een democratie in de vorm van een constitutionele monarchie. Tien jaar later sloot het land zich aan bij de EEG.